Groeien door samen te spelen en beleven!
Het is 8.20 uur, de lichten zijn gedimd in het lokaal. Eén hoek is door schemerlicht wat beter zichtbaar dan de rest van het lokaal. De contouren van een soort hol zijn te zien. De eerste kleuters sluipen naar binnen. Vreugdekreten klinken: er staan pootafdrukken van een echte beer op de vloer! Zou het dan toch gewerkt hebben dat ze een dag eerder van blokken uit de bouwhoek en lappen stof een hol hadden gebouwd? Een hol speciaal voor de beer waar we naar op zoek zouden gaan tijdens onze berenjacht.
Hadden alle leerlingen dan weleens een beer gezien, en wisten ze wat voor soort hol er nodig was? Zeker niet, maar dat geeft niet want door samen te spelen en te beleven kunnen we samen groeien.
Ik ben Patricia Weinmann en werk als leerkracht in een van de 3 groepen 1/2 op basisschool De Waterhof. Vorig jaar november heb ik mijn pabo-diploma behaald na de verkorte deeltijdvariant gevolgd te hebben. Tijdens mijn opleiding ben ik geïnteresseerd geraakt in ervaringsgericht- en ontwikkelingsgericht onderwijs (EGO en OGO). Dit heb ik tijdens diverse stages ook toegepast. Deze vorm van onderwijs werkt goed, door de ervaringen van de kinderen te gebruiken en die als uitgangspunt te laten gelden voor thematisch werken. Hierdoor kunnen ze zelf steeds meer ontdekken en zich verder ontwikkelen.
Op De Waterhof volgen kinderen vanuit diverse achtergronden onderwijs. De één komt binnen en heeft al een scala aan ervaring door alle uitstapjes, vakanties en activiteiten die er thuis ondernomen zijn, de ander komt binnen met veel minder tot geen ervaringen en vaardigheden. Oftewel, met een achterstand vergeleken met leeftijdsgenootjes.
Bij het starten van een nieuw thema vanuit de traditionele EGO- en OGO-uitgangspunten viel het mij op dat veel kinderen niet konden meekomen doordat er geen referentiekader van ervaringen bij die kinderen was. Het thema was en werd daardoor niet betekenisvol voor deze leerlingen. Ze hadden nog niks beleefd waarmee ze zelf vorm konden geven aan het thema, met de rest van de groep konden meespelen om zich op die manier te ontwikkelen. De kloof was te groot. Ze kwamen niet of slecht tot leren en leerdoelen werden op deze manier nauwelijks behaald.
Omdat de ervaringen om spelend te kunnen leren binnen een thema ontbraken, besloot ik het anders aan te pakken. Het inleidende stukje is een fragment uit de eerste week van het thema ‘We gaan op berenjacht’. Dit was ons avontuur tijdens het thema ‘Vol avontuur’ van de Kinderboekenweek. Het thema werd geopend met een centrale start over de Kinderboekenweek. Meestal beginnen we met een woordweb in de klas en van daaruit wordt het thema vormgegeven. Bij dit thema heb ik vooraf een prentenboek en bijbehorende video’s en liedjes uitgezocht en deze met de groep interactief gelezen, bekeken en uitgespeeld. Van daaruit hebben we het thema vormgegeven met een woordweb en de hoeken ingericht. Mijn uitgangspunt was: een bos. Alle kinderen dachten mee en waren zo vol van ons avontuur dat er spontaan een hol gebouwd werd voor de beer (in plaats van het bos). Eén van de kinderen met minder ervaringen zei na het bouwen van het hol: “Misschien vinden we nu wel onze beer.” Een ander bedacht spontaan dat je kon zien of er een beer geweest was door de aanwezigheid van pootafdrukken. Het thema leefde! Alle leerlingen waren betrokken en de kloof tussen verschillende achtergronden verdween. Mijn eigen ideeën verdwenen ook en ik speelde en groeide mee, samen met de kinderen in het thema.
Vanaf deze dag bieden we eerst een beleving aan om de ervaring op te doen. Tijdens dit voorbeeld was het een denkbeeldige berenjacht naar aanleiding van een prentenboek, in een thema erna was het uit kamperen gaan in de gang na het bekijken van boeken en video’s.
Mijn kijk op het onderwijs dat ik mag verzorgen is hierdoor veranderd. Ik geef geen onderwijs, Ik creëer onderwijs, samen met de kinderen. We beleven samen door te spelen. We doen ervaringen op en we ontwikkelen op die manier. De kinderen aan de hand van de leerdoelen die tijdens de activiteiten aan bod komen, ik door continu te observeren, mee te spelen en in te spelen op de ontwikkeling van interesses en vaardigheden. Die pootafdrukken zorgden voor de verwondering. Ik had ze opgeplakt, maar het idee kwam van de kinderen.
Dagelijks mag ik deel uitmaken van de verwondering en de groei die al deze kinderen doormaken en ik groei hierdoor mee in de manier waarop ik de leerlingen ondersteun in hun ontdekkingstocht. Daar geniet ik van en daar ben ik dankbaar voor.
Patricia Weinmann, leerkracht De Waterhof